Plaatsnijder en Poorter
In 1746 werd Gijsbert Vestering ingeschreven in het “Generael Poorterboek” van Amsterdam. Hij staat er vermeld als ingeboren poorter, en zoon van wijlen de timmerman en poorter Gijsbert Vesteringh.
Het beroep van Gijsbert werd in het poorterboek ook vermeld: hij was plaatsnijder. Hij heeft als plaatsnijder, of graveur, ook een vermelding gekregen in het "Biographisch woordenboek van Noord Nederlandsche graveurs".
In Aanhangsel B staat Gijsbert Vestering vermeld bij de 'Plaatsnijders en etsers waarvan geen prenten bekend zijn'.

terug naar de beginpagina van 'Vestering'
Volgens de vermelding in dit Biographisch woordenboek was hij werkzaam van 1746-1775.
Naast de vader van deze plaatsnijder worden ook twee van zijn zoons genoemd: Arie (Adrianus Henricus), de schoenmaker en poorter, en Gijsbert (Gijsbertus), de wijnkopersknecht en poorter.
Voor meer informatie over de poorters in Amsterdam:
Plaatsnijder of graveur.
Het graveren van af te drukken afbeeldingen en teksten o.a. in koperen platen.
De plaatsnijder kon rechtstreeks afbeeldingen en zo nodig ook teksten rechtstreeks in het koper graveren, maar ook indirect: door de plaat te bedekken met een voor zuren ondoordringbare laag, waarop hij in en net door die laag de te vervaardigen voorstelling vervaardigde. De plaat werd dan in een etsbad (zuur) gedompeld, waarna het zuur de opengewerkte afbeelding in het koper uitbeet.
Daarna werd de plaat schoongemaakt, een proefdruk vervaardigd (eerste statie), waarna het proces herhaald werd tot de afbeelding aan de verwachting voldeed en klaar was voor de definitieve druk.